Joodse school Utrecht
.

Rosa Willy de Beer

Utrecht, 11 maart 1935 – Sobibor, 2 juli 1943

Rosa Willy met haar vader Daniël de Beer

Op 11 maart 1935 wordt in Utrecht een meisje geboren: Rosa Willy de Beer. Vier dagen later verschijnt in het Nieuw Israëlietisch Weekblad een geboorteadvertentie: “De Heer en Mevrouw D. de Beer–Jacobs geven met grote blijdschap kennis van de geboorte van hun Dochter ROSA WILLY.” Het jonge echtpaar woont aan de Leidscheweg 19 bis a in Utrecht. Het is een gewone, hoopvolle aankondiging.

Geboorteadvertentie in NIW 15 maart 1935

Het gezin de Beer

Vader Daniël de Beer is geboren op 19 november 1909 in Noordbroek, een dorp in de Groninger veenkoloniën. Hij komt uit een hecht Joods gezin. Zijn ouders zijn Siemon de Beer, geboren op 31 juli 1883 in Sappemeer, en Rozette Rebekka ter Berg, geboren op 3 juni 1880 in Zuidbroek. Daniël werkt als grossier. Moeder Dina Jacobs is geboren op 27 juni 1912 in Amsterdam.
Na Rosa’s geboorte verhuist het gezin naar de Van Humboldtstraat 11 bis in Utrecht. Op 29 augustus 1938 wordt broertje Rudolf geboren – in de familie Rudy genoemd. Op 20 juli 1941, ruim een jaar na de Duitse inval, wordt het gezin verblijd met een derde kind: Robert. Het is een donkere tijd om een baby te krijgen. Nederland is bezet, en de Joodse gemeenschap leeft al onder toenemende druk.

van links naar rechts: Rosa Willy, moeder Dina met baby Robert op schoot en Rudolf.

De bezetting

Op de Joodse Raad kaarten van het gezin staat: 16 aug 1942. Dat betekent dat er een oproep is geweest aan het gezin dat zij zich op die datum moeten melden in Westerbork. 

Onderduik en scheiding

Ze melden zich niet. Het gezin probeert aan deportatie te ontkomen door onder te duiken. De precieze omstandigheden van hun onderduik zijn niet bewaard gebleven – zoals dat bij zo veel onderduikers het geval is. Uit de latere kampkaarten valt af te leiden dat het gezin wordt opgesplitst. De ouders duiken vermoedelijk onder met het jongste kind, de nauwelijks anderhalf jaar oude Robert. Rosa en Rudolf worden elders ondergebracht.

Het is een vreselijke beslissing die veel Joodse ouders in die maanden moeten nemen: je kinderen toevertrouwen aan vreemden, in de hoop dat gescheiden overleven meer kans biedt dan samen gevonden worden. Rosa is op dat moment zeven jaar oud, Rudolf pas vier.
De onderduik van de kinderen mislukt. Op 17 oktober 1942 worden Rosa en Rudolf naar doorgangskamp Westerbork gebracht. Daar worden ze geplaatst in het weeshuis in barak 21, dat wordt geleid door Otto en Sara Birnbaum. Een aantekening op de kampkaart van Rudolf vermeldt, in het Duits: “Rudi is met zuster Rosa Wilhelmina op 17-10-42 in het Kampweeshuis gekomen. Beide Kinder bleiben hier.”

Kaart Rudolf met aankomstdatum 17 oktober 1942

Ouders gearresteerd

Enkele maanden later worden ook de ouders verraden en gearresteerd. In februari 1943 worden Daniël en Dina als strafgevallen naar concentratiekamp Vught gebracht – het enige SS-concentratiekamp op Nederlandse bodem. Moeder Dina arriveert daar in de loop van februari, vader Daniël kort daarna.
Op Daniëls kampkaart staat bij “Straftat” één woord dat alles zegt: “Illegalität” – illegaliteit, de Duitse aanduiding voor onderduiken. Het is het bewijs dat het gezin had geprobeerd te overleven door zich te verbergen. Beide ouders worden als “strafgeval” geregistreerd: wie betrapt werd op onderduiken, werd niet als gewone gevangene behandeld maar als misdadiger.
De kleine Robert, anderhalf jaar oud, is naar alle waarschijnlijkheid bij zijn moeder Dina.

Kaart kamp Vught Daniël de Beer

Poging tot hereniging

Het gezin is nu op twee plaatsen verdeeld: de ouders zitten gevangen in Vught, de twee oudste kinderen verblijven in het weeshuis in Westerbork. Ertussenin probeert de Joodse Raad het gezin te herenigen. Op de achterkant van Rudolfs kampkaart is een onthutsende bureaucratische correspondentie bewaard gebleven – een papieren spoor van wanhoop, regels en formulieren:

2 februari 1943 – De Joodse Raad Utrecht schrijft aan de Expositor en de Commandant van Westerbork: “Ouders gearresteerd in Vught. Bestaat mogelijkheid kinderen naar Vught te brengen?”
22 februari 1943 – Het antwoord komt: “Stappen alleen dan indien wens van de ouders. Is dit het geval? Naam van ouders?”
25 februari 1943 – De Joodse Raad bevestigt: het betreft Daniël de Beer en Dina de Beer-Jacobs. De ouders wensen dat de kinderen naar Vught komen, óf dat ze mogen blijven wachten tot het gezin gezamenlijk naar Duitsland kan gaan.
4 maart 1943 – Een formeel verzoek wordt ingediend om de kinderen bij hun ouders te laten voegen.
26 maart 1943 – Het verzoek is behandeld in Vught

Herenigd achter prikkeldraad

Van een hereniging in Vught zal geen sprake meer zijn, want op 31 maart 1943 zijn Daniël en Dina met de baby Robert van Vught overgebracht naar Westerbork. Na ruim vijf maanden scheiding is het gezin de Beer weer bij elkaar.

In de weken die volgen verhuizen ze meerdere keren van barak – het onrustige ritme van een kamp waar niets vaststaat en iedereen leeft in de schaduw van de wekelijkse transportlijst.

Op 22 april 1943 schrijft Daniël een briefje aan de medische afdeling van het kamp. Het is een bescheiden verzoek: of zij een astmaverstuiver voor zijn vrouw Dina kunnen regelen. “Indien niet mogelijk,” schrijft hij, “verzoek doorgeven aan Rich. Neumann.” Dankzij historisch onderzoeker Edwin van Baarle weten we over deze Richard Neuman: 'Dankzij vroegere relaties wist Richard Neumann medicijnen voor kamp Westerbork te regelen. Vaak betaalde hij deze uit eigen zak.'
Het is een klein detail in de machinerie van vernietiging: een man die, vastgehouden in een doorgangskamp, probeert medicijnen te vinden voor zijn vrouw.

29 juni 1943

Op dinsdag 29 juni 1943 staat het gezin De Beer op de uitgaande transportlijst van Westerbork. De bewaard gebleven lijst vermeldt hun namen: Daniël, Robert, Rudi en Wilhelmina – bedoeld is Rosa Willy. Moeder Dina staat elders op dezelfde lijst genoteerd.

Transportlijst kamp Westerbork 29 juni 1943

 Het transport gaat naar vernietigingskamp Sobibor in bezet Polen.
Op vrijdag 2 juli 1943 worden Daniël, Dina, Rosa Willy, Rudolf en Robert de Beer vermoord. Daniël is drieendertig jaar. Dina is eenendertig. Rosa Willy is acht. Rudolf is vier. Robert is nog geen twee jaar oud.

De woning ontruimd

Nadat het duidelijk was dat het huis van het gezin de Beer niet meer bewoond werd, is de woning aan de Van Humboldtstraat 11 bis “ontruimd” – het eufemisme gebruikt is voor het leeghalen en in beslag nemen van joodse woningen. Op de “Staat van ontruimde woningen van Joden” een keurig getypte ambtelijke lijst, staat bij volgnummer 112: “de Beer Daniël, v. Humboldtstr. 11."

Wat er met de inboedel is gebeurd – met Rosa’s speelgoed, met de meubels, met de spullen van een gezin van vijf – is niet vastgelegd. De woning werd leeggehaald en toegewezen aan anderen. 

Een familie vernietigd

Van de familie De Beer uit de Groninger veenkoloniën overleefde vrijwel niemand de oorlog. De lijst van namen is lang. Dat blijkt uit een na-oorlogse lijst samengesteld door een achterneef van vader Daniël.

Rosa Willy de Beer werd acht jaar oud. Ze werd geboren in een tijd van hoop en groeide op in een tijd van angst. Ze stierf samen met haar hele gezin, ver van huis, in een vernietigingskamp waarvan de naam ook nu nog voor vele  Nederlanders nauwelijks bekend is.
Dit is haar verhaal.