Beppie (Betje Sara) Creveld
Betje Sara Creveld, Utrecht 24 mei 1931 — Auschwitz 8 oktober 1942. En haar pleegzusje Ruth Nussbaum, Emden 11 april 1928 — Auschwitz 8 oktober 1942.
Twee meisjes, één dag
Op 26 maart 1942 lag in Utrecht een poëziealbum open. Het was van Hannelore Thal, een meisje van veertien dat ze Lore noemden. Twee zussen schreven er die dag in. Zussen waren ze niet echt, maar zo leefden ze wel.
De oudste schreef:
Lieve Lore,
Leer op eigen benen staan. Met eigen ogen gade slaan. Met eigen oordeel overleggen. En moedig eigen mening zeggen.
Ter herinnering van Ruth Nussbaum
Lieve Lore,
Zoveel haren op een geitenbok Zoveel doornen op een roze stok Zoveel vlooien op een poedelhond Zoveel jaren wens ik je gezond.
Ter herinnering van Beppie Creveld
Dat is het enige wat we deze twee kinderen zelf horen zeggen. Zes maanden later waren ze dood. Lore Thal ook — negen maanden later, in Sobibor. Maar haar album bleef bewaard, en daarom is dit er nog.
Boven de zaak
Beppie Creveld.
Beppie werd op 24 mei 1931 in Utrecht geboren, enig kind van Andries Creveld en Mietje Levie. Ze woonden aan de Amsterdamsestraatweg 313 bis, boven de zaak: vier kamers, een badkamer en een kelder. Het adresboek van 1940 noemt haar vader veegrossier; in de familieherinnering is het de slagerij waar vader en moeder beneden stonden terwijl boven de kinderen waren.
Haar ouders hadden elkaar via een huwelijksadvertentie leren kennen en waren in 1929 in Zuidland getrouwd, het dorp van haar moeder. Beppie was acht toen er plotseling nog iemand bij kwam wonen.
Op 26 januari 1939 bracht hij zijn drie dochters naar het station. Ruth was tien. Hij huilde toen de trein wegreed — dat hadden de kinderen hem nog nooit zien doen. Hun moeder reisde mee tot de grens; daarna gingen de meisjes alleen verder. Ze kwamen terecht in een kindertehuis in Driebergen. De twee oudsten waren boven de veertien en konden naar een opleidingscentrum van de Jeugd-Alijah. Ruth was nog leerplichtig en moest ergens naar school.
De brief van het Vluchtelingenbureau, 11 augustus 1939.
Op 11 augustus 1939 schreef het Vluchtelingenbureau van het ministerie van Binnenlandsche Zaken een brief aan het Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen in Amsterdam. In de ingevulde regels staat met pen: Ruth Nussbaum, geb. 11-4-28, die thans in Kraaybeek verblijft, zal op 16 augustus 1939 worden ontslagen, ten einde te worden opgenomen in het gezin van A. Creveld, Amsterd. weg 313, Utrecht.
Zo kreeg Beppie, acht jaar oud, een zus van elf.
Samen
Ruth hielp in de huishouding en speelde met “de kleine Bep” wanneer haar pleegouders beneden aan het werk waren. Ze klaagde nooit, schrijft haar zuster later, en ze vroeg nooit iets. Ze verborg haar heimwee tot de telefoon ging en haar zussen aan de lijn waren.
De meisjes gingen samen naar school, naar de lagere school aan de Joan Roëllstraat 2, tien minuten van huis. In september 1942 schreef Ruth aan haar ouders — die toen al uit Emden naar Berlijn waren weggevoerd — dat ze vlijtig leerde en vloeiend Nederlands sprak.
Vanaf het schooljaar 1941-1942 mochten joodse kinderen niet meer op gewone scholen zitten. Beppie en Ruth moesten de Joan Roëllstraat verlaten en gingen samen naar de Joodse school aan het Ondiep, allebei in de GLO. Op de leerlingenlijst van 28 januari 1942 staan ze op hetzelfde adres: Amstdamsestrw 313 bis.
Twee maanden later schreven ze in het album van Lore.
Oktober
In de zomer van 1942 werd Beppies vader als dwangarbeider naar werkkamp Vledder in Drenthe gestuurd, een van de kampen waar joodse mannen de heide moesten ontginnen. Thuis bleven Mietje, Beppie en Ruth achter.
In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden overal in Nederland de joodse werkkampen ontruimd en tegelijk de gezinnen van die mannen van huis gehaald. De mannen gingen van hun kamp rechtstreeks naar Westerbork; wie nog thuis was, werd die nacht opgepakt. Beppie was elf, Ruth veertien, en Mietje was alleen met ze.
Dagen eerder had Sophie haar zusje door de telefoon al gewaarschuwd. Pak je spullen, zusje. Jan de Jong, de man die de twee oudste zussen verborgen hield, zou Ruth komen halen. Begin oktober kwam hij met de trein naar Utrecht en liep naar de Amsterdamsestraatweg. Bij de winkel zag hij meubels naar buiten gedragen worden en buren staan kijken. De woning leeghalen, zei iemand. De Joden hebben ze gisteren opgepakt. Op het station van Doorn stonden Gustel en Sophie te wachten. Hij wist niet hoe hij het moest zeggen.
Staat van ontruimde woningen van Joden, gemeente Utrecht. Regel 19: Creveld Andries, Amsterdamschestraatweg 313 bis.
De gemeente hield er een lijst van bij, “Staat van ontruimde woningen van Joden”. Regel 19: Creveld Andries, Amsterdamschestraatweg 313 bis, 4 kamers, 1 bad, 1 kelder. In de kolom waar de meubels gebleven zijn staat, dwars over de hele bladzijde: Bij de Duitsche Weermacht. En in de laatste kolommen: de woning is weer betrokken, door iemand uit De Bilt.
Zo is het opgeschreven. Wat Jan de Jong op straat zag gebeuren, staat in het stadhuis in een tabel.
Westerbork
In Westerbork waren ze alle vier bij elkaar. Andries was er vanuit Vledder naartoe gebracht, Mietje en de meisjes vanuit Utrecht. Veel langer dan een paar dagen heeft dat niet geduurd.
In het kamp was ook een tante van Ruth, die er werk had en daardoor voorlopig veilig was. Ze probeerde haar nichtje van transport vrij te krijgen. Blijf bij mij, ik zorg voor je.
Ruth wilde niet. Ze ging met de Crevelds mee. Misschien zie ik papa en mama ergens terug, zei ze, en onze baby — haar moeder in Berlijn was zwanger.
Op 5 oktober 1942 vertrok de trein met ongeveer tweeduizend mensen naar Auschwitz. Ze zaten er alle vier in: Andries, Mietje, Beppie en Ruth.
Mietje Creveld-Levie, Beppie en Ruth kregen alle drie dezelfde sterfdatum: 8 oktober 1942, de dag van aankomst. Beppie was elf jaar. Ruth was veertien.
Andries werd bij aankomst voor dwangarbeid uitgezocht en bleef daardoor nog bijna een jaar in leven. Hij stierf op 31 augustus 1943; als plaats staat alleen “Midden-Europa”, omdat niemand heeft kunnen vaststellen waar.
Wat er van hen overbleef
Ruths zussen Gustel en Sophie overleefden de oorlog, ondergedoken. Haar ouders niet. Het broertje dat in oktober 1942 in Berlijn werd geboren heette Uri; hij werd geen jaar oud. Uit een brief van hun moeder, 2 januari 1943, nog voordat zij wist wat er met Ruth gebeurd was:
Van ons geliefd Ruthjen weten wij een kwartaal lang niets, of zij nog in leven is, hoe en waar, het arme kind, o god, en nu de kou daar, ik kan ervan niet slapen.
Op 23 november 2023 zijn aan de Amsterdamsestraatweg 313 vier Stolpersteine gelegd: voor Andries, voor Mietje, voor Beppie en voor Ruth. Het pleegkind ligt in de stoep naast het gezin dat haar in huis nam.
En er is het album. Hannelore Thal werd op 9 juli 1943 in Sobibor vermoord, vijftien jaar oud. Haar poëziealbum bleef bewaard. Daarin staan, op verschillende bladzijden en op dezelfde dag geschreven, het handschrift van een meisje van tien over een poedelhond en dat van een meisje van bijna veertien over moedig je eigen mening zeggen.
Bronnen
Documenten
• Poëziealbum van Hannelore Thal, bijdragen van Beppie Creveld en Ruth Nussbaum, Utrecht 26 maart 1942. Collectie Anne Groenberg, via Joods Monument.
• Ministerie van Binnenlandsche Zaken, Vluchtelingenbureau, brief nr. 2767, ’s-Gravenhage 11 augustus 1939, aan het Comité voor Bijzondere Joodsche Belangen. Nationaal Archief, toegang 2.04.58, inv.nr. 120. Via DOKIN.
• Joodse Raad-kaarten van Betje Sara Creveld (Ut/45/16), Andries Creveld (Ut/45/14) en Mietje Creveld-Levie. Arolsen Archives.
• Gemeente Utrecht, lijst van joden te Utrecht. Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv.nr. 215.
• Gemeente Utrecht, “Staat van ontruimde woningen van Joden”. Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv.nr. 219.
• Gemeente Utrecht, opgave van joodse leerlingen per school. Het Utrechts Archief, toegang 1202, inv.nr. 55.
• Leerlingenlijst van de Joodse school te Utrecht, 28 januari 1942.
• Adresboek der stad Utrecht 1940.
Literatuur en websites
• Westerbork Portretten, portret van Ruth Nussbaum.
• M. en R. Claudi, Zwei von ihnen (Emden 1990) en Der jüdische Friedhof in Emden, over de familie Nussbaum.
• R. de Leeuw van Weenen-van der Hoek, Een kille in de mediene. Joods leven in Zuidland (1994), over Mietje Levie en haar familie.
• Joods Monument: Betje Sara Creveld, Andries Creveld, Mietje Creveld-Levie, Ruth Nussbaum en het verhaal “Gezin Andries Creveld”.
• DOKIN, pagina over Ruth Nussbaum.
• Stolpersteine Utrecht, Amsterdamsestraatweg 313.


.jpeg/picture-200?_=1a12f3267f8)


