Joodse school Utrecht
.

Simon en Annie Cyzner

Vader Jecheskel is in 1902 geboren in Polen, maar woont in 1924 nog in Hannover (D). Hij besluit in 1925 naar Amsterdam te gaan. Hij maakt er kennis met Doortje Polak. Op 24 oktober 1928 trouwen ze en gaan wonen in de Commelinstraat 64. Daar wordt in september 1929 Simon geboren en vijf jaar later Annie. V ader werkt als kleermaken. In oktober 1940, als ons land al bezet is door de Duitsers, verhuist het gezin Cyzner naar Utrecht. Ze wonen in een ruim huis op de Blauwkapelseweg 59, tegenover de toenmalige gasfabriek. 

Annie en Simon gaan aan het begin van die oorlog naar de openbare school in de Poortstraat. In dat gebouw zit nu de Jenaplanschool Wittevrouwen. Na de zomervakantie van 1941 mogen Annie en Simon niet meer naar die school omdat ze joods zijn. Ze moeten naar een speciale Joodse school met alleen maar joodse kinderen en leerkrachten. Dat betekent dat zij elke dag naar de wijk Ondiep moeten gaan. Op nummer 63 is daar half oktober 1941 de Joodse School gevestigd.

Openbare school Poortstraat 73

Vermelding namen van Annie en Simon in de leerlingenlijst van de Joodse school

In maart 1942, als de kinderen pas een half jaar op de Joodse school zitten, moet het gezin Cyzner zich melden in kamp Westerbork. Dat is in de periode dat de Nederlanders nog de leiding hadden in Westerbork. en dat de grootschalige deportaties van joden nog niet begonnen was. Waarschijnlijk krijgt vader Jecheskel daar meteen een baan als kleermaker. Als de Duitsers later de leiding van het kamp overnemen en Gemekker de kampcommandant is, vind er een reorganisatie plaats van de vele werkplaatsen in Westerbork. Gemekker benoemt, vanwege de eenvoudiger communicatie, vele Duitstalige joden tot hoofd van de werkplaatsen. Vader Jecheskel wordt de chef van de kleermakerij:

Dat baantje zorgt ervoor dat het gezin heel lang niet op transport naar het oosten hoeft. Met het één na het laatste transport dat vertrekt uit Westerbork moet het gezin mee. Dat is ook de trein waar voorzitter van de landelijk Joodse Raad, David Cohen zit. Alle notabele joden die in Barneveld dachten veilig te zijn, zaten ook in die trein. 

Voor Annie en Simon was het waarschijnlijk interessanter dat er medeleerlingen van de Joodse school in die trein zaten: Stefan Breslauer, Hannelore Cahn, Kurt Cahn en Walter Kramer. De trein gaat niet naar de een vernietigingskamp maar naar het doorgangskamp Theresiënstadt. Na drie dagen in de trein komen ze daar aan. Op 7 september 1944 komen ze daar aan. 

Een flink deel van de mensen die in deze trein zaten hebben de oorlog overleefd. Het gezin Cyzner moet  ook nu weer met het een na laatste transport mee. Van Theresiënstadt vertrekt de trein op 23 oktober 1944. Twee dagen later komen ze aan in Auschwitz. Annie en moeder Doortje worden meteen na aankomst vergast. Simon en vader Jecheskel zijn kennelijk geselecteerd voor dwangarbeid. Zij houden het nog vier maanden vol, maar op 28 februari 1945 worden zij ook vermoord. 

Annie mocht maar 9 jaar oud worden; Simon 15.