Siegfried van Delft
Soms kan ik nauwelijks iets persoonlijks vinden over een leerling van de Joodse school. Van Siegfried van Delft kan ik wel een hoop gegevens vinden, maar het enige persoonlijke is een advertentie van zijn Bar Mitswa. Dus dan toch maar de gegevens van het gezin van Siegfried.
Siegfried van Delft wordt op 1 juli 1929 geboren in Groningen als jongste zoon van Abraham van Delft en Keetje van Gelder. [1] Hij heeft twee oudere broers: Julius, geboren op 24 juli 1921, en Lazarus, geboren op 12 juni 1925, beiden eveneens in Groningen. [2]
Een handelsreizigersgezin
Vader Abraham is geboren op 30 maart 1892 in Wildervank als zoon van Juda van Delft, winkelier, en Grietje de Beer. [3] Hij heeft een broer, Simon, geboren in 1893, en een zus, Margaretha Martha, geboren in 1897, beiden eveneens in Wildervank. [4] Moeder Keetje is geboren op 23 februari 1891 in Groningen als dochter van Lazarus van Gelder, koopman in huiden en vetten, en Rachel Topilowsky. Rachel overlijdt al in 1902. [5]
Vóór haar huwelijk werkt Keetje als modiste bij Rosa Kan in Oldenzaal, van februari 1911 tot februari 1913. [6]
Abraham en Keetje trouwen op 30 juni 1920 in Rotterdam. Abraham is dan achtentwintig, handelsreiziger, wonende te Groningen. Keetje is negenentwintig, zonder beroep, wonende te Rotterdam maar ze verblijft de laatste zes maanden voor haar huwelijk in Groningen. Getuigen zijn Philip van Gelder, vierentwintig, koopman en broer van de bruid, en Barend Stern, vierendertig, handelsreiziger en zwager van de bruid. [7]
Drie jaar later trouwt Abrahams broer Simon van Delft met Keetjes zus Sara van Gelder. [8] Twee Van Delft-broers huwen twee Van Gelder-zussen.
Van Groningen naar Utrecht
Na het huwelijk vestigt het gezin zich in Groningen, waar de drie zonen worden geboren. In de jaren dertig verhuist het gezin naar Utrecht. In het Utrechts adresboek van 1937 staat Abraham vermeld aan de Albrecht Thaerlaan 63, met als beroep “Holl. agentuur en comm.handel.” [9]
Het huis waar zij daarna gaan wonen, is dan net twee keer onder de hamer geweest. Het herenhuis Kapelstraat 23 wordt op 11 oktober 1935 geveild ten overstaan van notaris J. A. Lens, en opnieuw op 15 oktober 1937, ten overstaan van notaris J. C. Verhoeff.[10] Op 8 januari 1938 staat in het Utrechtsch Nieuwsblad de verhuuradvertentie: Ruim BOVENHUIS, 6 kamers, centr. verw., f 35.- per mnd. Kapelstraat 23.[11] Achttien dagen later wordt aan de Albrecht Thaerlaan een elektrische kookplaat te koop aangeboden, wegens vertrek.[12]
Het gezin betrekt het bovenhuis: Kapelstraat 23 bis. In het adresboek van 1940 staat achter zijn naam een korter beroep dan drie jaar eerder: A. van Delft, reiziger.[13] Bij de registratie van joodse inwoners staan in juni 1941 vijf mensen op Kapelstraat 23 bis ingeschreven: vader Abraham, moeder Keetje, broer Julius, broer Lazarus en Siegfried.[14]
1 september 1941
Vanaf 1 september 1941 mogen joodse leerlingen niet meer naar hun eigen school. Zij mogen alleen nog joods onderwijs volgen, maar in Utrecht is dat er nog niet. De joodse school opent pas half oktober 1941, aan Ondiep 63. Ruim anderhalf jaar bestaat de school; eind april 1943 is zij leeg.[15] Siegfried is twaalf jaar oud en is een van de 193 kinderen die er staan ingeschreven.[16]
Bar-mitswoh
Op 5 juni 1942 verschijnt in het Joodsch Weekblad een aankondiging: Bar-Mitswoh van onzen jongsten zoon Siegfried op Sjabbos 28 Siwan (13 Juni). A. van Delft. K. van Delft—van Gelder. Utrecht, Kapelstr. 23b. Eenige kennisgeving.[17] Op 13 juni 1942 wordt hij in de synagoge tot de gemeente gerekend. Op 1 juli wordt hij dertien jaar.
16 augustus 1942
Op 16 augustus 1942 worden de kaarten van het gezin bij de Joodse Raad afgestempeld. Op die van Siegfried staat: VAN DELFT Siegfried, Utrecht 44/11. Kapelstr. 23. 1.7.29 Groningen. nederl. zonder. ongehuwd. Rechtsonder is hij aan zijn vader gekoppeld: met: van Delft, Abraham 30-3-92.[18]
Vader Abraham is er op dat moment niet bij. Hij is in een werkkamp. Op zijn kaart staat wanneer hij in Westerbork aankomt: 3-5 Oct n WBk.[19]
Lazarus, zeventien
Broer Lazarus is timmerman van beroep. Op zijn kaart wordt genoteerd: Op transport gesteld 31/8/42.[20] Dat transport valt in de Coselperiode: tussen eind augustus en half december 1942 worden bij het station Cosel in Opper-Silezië arbeidsgeschikte mannen uit de treinen naar Auschwitz gehaald en over dwangarbeidskampen in de omgeving verdeeld. Lazarus is een van hen.[21] Zijn moeder en zijn broertje blijven in Westerbork achter.
19 oktober 1942
Op 19 oktober 1942 gaan Abraham, Keetje en Siegfried op transport.
Op 22 oktober 1942 komt de trein aan in Auschwitz-Birkenau. Keetje en Siegfried worden diezelfde dag vermoord. Keetje is eenenvijftig jaar. Siegfried is dertien.[22]
De anderen
Abraham overleeft de selectie bij aankomst. Hij sterft op 28 februari 1943 in Auschwitz, vijftig jaar oud.[23]
Broer Julius, de oudste, is vertegenwoordiger van beroep en getrouwd met Elisabeth Helena Hofstede, geboren op 23 augustus 1922 in Rotterdam, secretaresse.[24] In maart 1943 duiken zij onder. Op Elisabeths archiefkaart noteert de gemeente Utrecht op 16 maart 1943: VOW – vertrokken onbekend waarheen.[25] Zes maanden later worden zij opgepakt. Op 17 september 1943 komen zij in Westerbork aan, in de strafbarak; op 21 september gaan zij op straftransport naar Auschwitz.[26][27] Julius sterft daar op 28 februari 1944, tweeëntwintig jaar oud, precies een jaar na zijn vader.[28]
Lazarus sterft op 31 maart 1944, na negentien maanden dwangarbeid. Hij is achttien jaar.[29]
Elisabeth overleeft. Zij wordt overgeplaatst naar Neustadt in Mecklenburg en keert na de bevrijding terug. In 1948 hertrouwt zij, in 1952 emigreert zij naar Willemstad op Curaçao. Jaren later legt zij onder de naam Elisabeth Hanin een video-getuigenis af voor de USC Shoah Foundation.[30]
Van het gezin Van Delft – vader, moeder en drie zonen – komt niemand terug.