Joodse school Utrecht
.

Johan de Leeuw

Johan Marius de Leeuw wordt op eerste kerstdag 1923 geboren in Amersfoort als oudste zoon van Jacob Marcus de Leeuw en Petronella Kool. Het gezin woont aan de Brouwersstraat 9. Drie jaar later, op 18 januari 1926, wordt zijn broertje Marcus geboren.


Brouwersstraat 9
Vader Jacob Marcus de Leeuw is geboren op 16 juni 1885 in Barneveld als zoon van Marcus Jacob de Leeuw, koopman, en Elisabeth Henriette Hamburger. Hij is handelsagent van beroep. Rond 1919 verhuist hij van Barneveld naar Amersfoort, waar hij zich vestigt aan de Sint Anfridusstraat 18 — zo meldt de Eembode, de plaatselijke krant. [1]
Moeder Petronella Kool is geboren op 25 november 1885 in Amersfoort als dochter van Joseph Kool en Johanna Oppenheim. Op 27 december 1919 trouwen Jacob Marcus en Petronella in Amersfoort. Getuigen zijn Marcus Jacob de Leeuw, vader van de bruidegom, en David Reijmans van den Bouwer, stiefvader van de bruid, koopman te Amsterdam. [2] Het gezin vestigt zich aan de Brouwersstraat 9, waar hun twee zonen opgroeien.


De Joodse school
Als de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvallen, is Johan zestien jaar oud. In de maanden die volgen worden de anti-Joodse maatregelen steeds strenger. In september 1941 komt het verbod voor Joodse kinderen om reguliere scholen te bezoeken. Voor Johan, die op een gewone ULO in Amersfoort zit, heeft dit ingrijpende gevolgen.
Op 22 december 1941 schrijft de burgemeester van Amersfoort een brief aan de burgemeester van Utrecht. Het onderwerp: “U.L.O. School voor leerlingen van Joodschen bloede.” In de brief worden de namen en adressen verstrekt van Joodse leerlingen die zijn verwijderd van de gewone ULO-scholen in Amersfoort. Zij moeten voortaan de Joodse ULO in Utrecht bezoeken. [3]
Johan staat als eerste op de lijst: “Joh. M. de Leeuw, Brouwersstraat 9.” Samen met hem worden onder anderen Truitje L. Menko, Bruno W. Wolff, Hetty en Alida Italie, Sienie Nabarro en Mietje Neeter naar Utrecht gestuurd. Voortaan moet Johan dagelijks de reis van Amersfoort naar Utrecht maken om les te krijgen aan de Joodse school aan het Ondiep 63. Hij komt in de derde klas van de ULO.
Op een klasfoto van voor de zomervakantie van 1942 is Johan te zien als leerling nummer 11 van de ULO-afdeling. [4]


Amsterdam, Uiterwaardenstraat 142
Op 16 november 1942 verhuist het gezin De Leeuw van Amersfoort naar Amsterdam, naar de Uiterwaardenstraat 142, eerste verdieping. [5] De Uiterwaardenstraat ligt in de Rivierenbuurt, een van de wijken die de bezetter heeft aangewezen als Joods woongebied. In heel het land worden Joden uit kleinere plaatsen gedwongen naar Amsterdam te verhuizen.
Op het woningregister van de Uiterwaardenstraat 142 staan vader Jacob Marcus en later ook Johan geregistreerd, samen met andere Joodse bewoners. [6]


De arrestatie
Op 26 januari 1943, nog maar twee maanden na de verhuizing, worden Johans ouders gearresteerd. Jacob Marcus en Petronella worden via Kamp Vught overgebracht naar Kamp Westerbork. Op 2 februari 1943 gaan zij op transport met transportnummer 48, richting Auschwitz-Birkenau. [7]
Drie dagen later, op 5 februari 1943, worden Jacob Marcus de Leeuw en Petronella de Leeuw-Kool vermoord in Auschwitz. Hij is 57 jaar, zij eveneens 57. Aan de Brouwersstraat 9 in Amersfoort worden later herdenkingsstenen geplaatst ter nagedachtenis aan beiden. [8]


Dwangarbeid in Duitsland
Johan en zijn jongere broer Marcus zijn op het moment van de arrestatie van hun ouders negentien en zeventien jaar oud. Hoe zij aan deportatie ontkomen is niet precies bekend.
Uit de naoorlogse registratiekaarten weten we wat er met Johan is gebeurd. Op zijn kaart staat genoteerd: “Gedwongen gewerkt in Dtl.” Johan wordt naar Duitsland gestuurd voor dwangarbeid. Honderdduizenden mannen uit bezet Europa worden door de Duitsers ingezet in fabrieken, mijnen en op het land. Voor een Joodse jonge man is dit een uiterst gevaarlijke situatie. [9]
Op enig moment weet Johan onder te duiken — in Duitsland zelf. Op zijn kaart staat: “Was ondergedoken in Duitsland.” Het is opmerkelijk dat hij juist in het land van de bezetter een schuilplaats vindt. Of dit bij een Duitse familie is, op het platteland of in andere omstandigheden, is niet bekend. Maar hij overleeft.
Op 18 september 1945, ruim vier maanden na de bevrijding, keert Johan terug in Nederland. [9]


Na de oorlog
De terugkeer is allesbehalve eenvoudig. Johans ouders zijn vermoord, het ouderlijk huis in Amersfoort is niet meer beschikbaar en de opvang voor teruggekeerde Joden is gebrekkig georganiseerd. Johan vestigt zich eerst in Amsterdam aan de Rapenburgstraat. Zijn broer Marcus heeft de oorlog eveneens overleefd.
In de jaren daarna verhuist Johan veelvuldig — van Amsterdam naar Apeldoorn, naar Tilburg, terug naar Amersfoort en weer naar Amsterdam. [5] Het is een onrustig bestaan, niet ongewoon voor oorlogsoverlevenden die hun plek in de samenleving moeten hervinden.
Op 31 januari 1950 trouwt Johan in Amsterdam met Margarete Maria Vreeswijk, geboren op 15 december 1919 in Essen, Duitsland. [5] Hij werkt in wisselende beroepen: als boerenknecht, als stationskruier en als werfmenger. Het zijn zware, fysieke banen — ver verwijderd van het ULO-onderwijs dat hij als jongen in Utrecht volgde en dat door de oorlog abrupt werd afgebroken.
Johan Marius de Leeuw is een van de weinige Joodse leerlingen van de Joodse ULO in Utrecht die de oorlog overleeft. Terwijl zijn ouders worden vermoord in Auschwitz, weet hij in Duitsland zelf te overleven. Samen met zijn broer Marcus behoort hij tot de overlevenden van het gezin De Leeuw uit de Brouwersstraat.