Joodse school Utrecht
.

Floor en Greetje Perel

Flora Perel — Utrecht, 10 juni 1930 — Sobibor, 11 juni 1943
Margaretha Selma Perel — Utrecht, 26 november 1933 — Sobibor, 11 juni 1943 [1]


Floor Perel in 1939. Zij is dan negen jaar. [2]

Het huis aan de gracht
Ze wonen aan de Oudegracht 339, in een monumentaal pand dat sinds 1611 Het Cromhout heet, het achtste huis voorbij café De Morgenster als je uit de binnenstad komt. [3] Beneden houdt hun vader praktijk. Maurits Perel is huisarts, geboren Utrechter, enig kind van een likdoornsnijder van de Stationsdwarsstraat — een beroep dat in de familie van vader op zoon overging; overgrootvader Barend Perel was nog hofpedicure van koning Willem III. [4] Maurits gaat naar de Rijks Hogere Burgerschool aan de Kruisstraat, waar hij in 1917 de jongste van de geslaagden is, en doet in 1924 zijn artsexamen aan de Universiteit Utrecht. [5]
Hij is een niet onverdienstelijk schaker: in 1930 doet hij als recreant mee aan een toernooi van Schaakclub Utrecht en wordt in zijn categorie tweede. [6] Hij is secretaris van de Erkende Utrechtse Huisartsenvereniging, bestuurslid van Het Maatschappij Ziekenfonds Omstreken van Utrecht en lid van het Natuurkundig Gezelschap, en hij zit in 1934 in een commissie die werklozen een verlaagde ziekenfondspremie wil bezorgen. [7] Hun moeder is Anna de Vries, een Amsterdamse, met wie hij in 1927 trouwt; zij maakt in februari 1940 deel uit van een comité dat onder leiding van de burgemeestersvrouw kleding inzamelt voor de bevolking van Finland. [8] Floor komt in 1930 ter wereld, Greetje in 1933. Vanaf 1936, als hun grootvader op 67-jarige leeftijd sterft, woont oma Vrouwtje Perel-Blez bij hen in.[9]
De buurvrouw is de schrijfster Ina Boudier-Bakker. Zij houdt een oorlogsdagboek bij, en daardoor weten we hoe het er van buitenaf uitziet: de dokter die op late zomeravonden met een lamp in het prieeltje zit te lezen, zijn vrouw bij hem, de kinderen die nog wat roepen uit de slaapkamer. [10]


Twee kinderen op de Oudegracht, met de Domtoren in de verte. Mogelijk zijn dit de zussen Perel. [11]

De ruimte wordt kleiner
Vanaf 1 mei 1941 mogen joden die een beroep uitoefenen waarvoor ze een eed hebben afgelegd — artsen en advocaten — van de bezetter alleen nog voor andere joden werken. [12] Maurits schrijft zijn niet-joodse patiënten een brief: “Hoe zwaar dit mij ook valt, ben ik dientengevolge genoodzaakt U te berichten, dat het mij niet meer toegestaan is U na 1 Mei a.s. als patiënt te behandelen.”[13] Zijn praktijk gaat voor een deel naar de jonge arts Johannes Haas, die in 1940 in Utrecht zijn artsexamen haalde; contractueel wordt vastgelegd dat hij de koopsom van twaalfduizend gulden tot februari 1945 in driemaandelijkse termijnen betaalt. In mei 1941 woont de familie Haas-Berg op Oudegracht 339. De Perels verhuizen naar de bovenwoning, Oudegracht 339 bis, en daar voert Maurits voortaan zijn ‘jodenpraktijk’. [14]
De buurvrouw ziet het gebeuren. “De tuin ziet er melancholiek en verlaten uit,” schrijft zij op 4 mei 1941, “waar we al die jaren de kinderen hebben zien spelen, de dokter en zijn vrouw altijd tot ’s avonds laat zomers in het prieeltje - nu zitten ze op het bovenhuis.”[15]
Op 29 augustus 1941 noteert zij één zin waarin een heel besluit besloten ligt: “De joodse kinderen mogen niet meer op de gewone scholen komen. De kinderen Perel liepen vandaag op straat.” [16]
Per 1 november 1941 krijgt de Joodse Raad een landelijke dekking. Maurits Perel is dan de plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de provincie Utrecht; in de bijlage van Het Joodse Weekblad staat zijn adres vermeld als Oudegracht 339 bis.[17]
Vanaf oktober 1941 gaan Floor en Greetje naar de joodse school op Ondiep. Floor zit in de hoogste klas. Na de zomer van 1942 gaat zij naar de eerste klas van het lyceum op de Nieuwe Gracht.[18]

Een meisje van twaalf
Op 7 januari 1943 vergaderen de leraren van het lyceum over hun leerlingen. Over Floor noteert iemand: “Floor Perel: haar ijver wordt niet algemeen voldoende geacht.[19]


Notulen van de lerarenvergadering van het joodse lyceum, 7 januari 1943.
Twee maanden later komt het tweede rapport. Nederlands een 8, plant- en dierkunde een 7, meetkunde een 6, Frans een 6 min, aardrijkskunde een 5, algebra een 4. Zij staat in klas I tussen Werner Cahn, Bella Emanuel, Erica Hollander, Harry Holstein, Karin Joshua, Margo Wildmann en Uhli Wolff — namen die in dezelfde lijsten terugkomen als de hare.[20]


Het tweede rapport van klas I, maart 1943. Floor Perel staat in de bovenste groep.
Het is maart 1943. Nog geen drie maanden later is zij dood. Wat er in die weken van haar wordt gevraagd, staat nergens opgeschreven.

Wat er intussen met het huis gebeurt
Op 12 november 1942 komt het beheer van Oudegracht 339 te liggen bij de door de Duitsers opgerichte Niederländische Grundstückverwaltung in Den Haag, de roofinstelling voor joods onroerend goed; het feitelijke beheer wordt uitgevoerd door de firma Algemeen Nederlands Beheer van Onroerende Goederen. Voor de bewoners verandert er niets zichtbaars: alleen de huur van dokter Haas gaat voortaan naar de beheerder in plaats van naar Maurits.[21]
In oktober 1942 moet oma Vrouwtje Perel-Blez van de Duitsers naar Amsterdam verhuizen, naar de Tooropkade 77. Op 4 maart 1943 meldt zij zich daar voor transport naar Westerbork. Haar zoon doet in de week erna wanhopige pogingen haar op een beschermlijst te krijgen. Ze mislukken. Op 10 maart vertrekt haar trein; op 13 maart 1943 wordt zij in Sobibor vermoord. Ze is zeventig.[22]

21 april 1943
Op donderdag 22 april 1943 moeten de joden uit de provincie Utrecht zich melden in kamp Vught. Van de Utrechtse Joodse Raad mogen er twee blijven; de keuze valt op Frits Elzas. Maurits Perel moet zich dus met zijn gezin melden.[23]
Hij besluit onder te duiken. Waar anderen hun kinderen uit veiligheidsoverwegingen apart onderbrengen, kiest hij ervoor het gezin bij elkaar te houden. Eerder die maand heeft hij tegen de vader van Peter Hein gezegd: “Ik zal nooit afstand van mijn twee dochtertjes kunnen doen.”[24]
Via een oud-patiënt, de zevenendertigjarige uitvoerder Kees de Groot van de Jutfaseweg, wordt een adres geregeld: Mijdrechtstraat 25, bij de tweeëndertigjarige Leo Busson. In de weken ervoor brengt De Groot er in het geheim spullen naartoe — kleding, een bed voor Maurits en Anna, een kinderbed voor de meisjes. Op woensdagavond 21 april 1943 duikt het gezin er onder. [25]
De volgende ochtend ziet De Groot politieagenten bij zijn sigarenzaak rondhangen. Begin van de middag staat Busson bij hem op de stoep: “De wijk zit vol met agenten: die joden moeten weg uit mijn huis!” De Groot vraagt of de Perels niet nog één nacht mogen blijven, zodat hij tijd heeft een ander adres te zoeken. Busson is onvermurwbaar.[26]
Na de oorlog legt Busson zelf een verklaring af. Hij vertelt dat hem werd meegedeeld dat de Gestapo erachter was gekomen dat hij joden in huis had, dat hij geen last met de Gestapo wilde en liever had dat het gezin Perel wegging. “Des namiddags is Dr Perel zich vrijwillig gaan melden voor deportatie.” [27]
Een kennis van Busson ziet ze die middag met koffers de trap af komen. Volgens De Groot halen ze op het Centraal Station nog net de trein. Op 22 april 1943 komen Maurits, Anna, Floor en Greetje aan in SS-concentratiekamp Vught; dat blijkt uit hun inschrijfkaart aldaar. [28] Ze zijn dan één nacht ondergedoken geweest.
Boven aan Boudier-Bakkers dagboekpagina van diezelfde vrijdag staat: “Het huis van de Perels is akelig stil. Leeg. (…) alles verwoest. Wat wordt er van hen?”[29]


Op de kaart van Floor: naar Vught, 22 april 1943 — naar Westerbork, 6 juni 1943.[30]

Zes weken Vught
In het kamp worden ze gescheiden: er zijn mannen-, vrouwen- en kinderbarakken. De ouders zitten los van elkaar en los van de kinderen.[31] Via contactpersonen van de Joodse Raad in Vught vraagt Maurits de Utrechtse Joodse Raad om meer kleding. Voorzitter Alex de Haas benadert daarop Kees de Groot, die vier koffers vult met kleding uit Perels huis; Leo Busson zou ze naar de Utrechtse Joodse Raad brengen. Ze komen nooit aan. Een knecht van Busson verklaart later dat hij in de maanden erna vier koffers met spullen van de Perels heeft moeten ruilen voor voedsel.[32]
Op zaterdag 5 juni wordt in het kamp bekendgemaakt dat alle kinderen tot zestien jaar via Westerbork naar een speciaal kinderkamp vervoerd zullen worden. Er komen twee treinen: één op 6 juni voor de kinderen tot en met drie jaar, en één op 7 juni voor de kinderen van vier tot zestien. De moeders mogen mee; een klein aantal vaders wordt toegelaten.[33]
Floor is twaalf en Greetje negen. Toch zit het hele gezin Perel in de eerste trein. Omdat artsen op een transport zeer gewenst zijn, krijgt Maurits — anders dan veel andere vaders — toestemming mee te gaan; vermoedelijk wil hij zijn vrouw en kinderen niet alleen laten vertrekken.[34]
De eerste trein vertrekt op zondagavond 6 juni met 1593 mensen, onder wie 806 baby’s en kleuters, in een samenstelling die volledig uit goederenwagons bestaat. Op het station in Vught staan de voorzitter van de Joodse Raad David Cohen en leden van de raad uit Den Bosch. De reis duurt tien uur; maandagochtend rond vijf uur komt de trein in Westerbork aan. ’s Avonds arriveert daar ook het tweede transport: 1356 mensen, onder wie 502 kinderen vanaf vier jaar.[35]


De Westerborkkaart van Greetje: aangekomen 7-6-43, en in rood het transport van 8.6.43. Bij ‘vroegere werkkring’, ‘diploma’s’ en ‘bijzonderheden’ staat niets. Ze is negen.[36]

8 juni
De volgende dag, dinsdag 8 juni 1943, vertrekt het overgrote deel van de twee Vught-groepen in goederenwagons naar het oosten. Het is het grootste transport dat ooit uit Westerbork weggaat: 3014 mensen, onder wie 1051 kinderen. Maurits, Anna, Floor en Greetje zitten erin. Op 10 juni wordt Floor in die trein dertien jaar. Een dag later, op 11 juni 1943, komt het transport aan in Sobibor; alle 3014 mensen worden diezelfde dag vergast.[37]
Terwijl zij in de trein zitten, verkoopt in Utrecht de firma die het geroofde vastgoed beheert hun huis. Op 8 juni 1943 gaat Oudegracht 339 namens de Niederländische Grundstückverwaltung naar Evert Buiter, een vurig NSB’er die bij de gemeente Utrecht chef is van het inkwartieringsbureau. Notaris Gerrit Vaags, met kantoor op de Nachtegaalstraat, maakt het papierwerk rond de eigendomsoverdracht mogelijk.[38] Uit een naoorlogse getuigenverklaring blijkt dat Buiter het pand voor veertienduizend gulden kocht met geld uit een hypotheek van achttienduizend gulden; de vierduizend gulden die overbleven, stak hij in eigen zak.[39]


Wat er van hen over is
Dokter Haas en zijn gezin komen ongeschonden door de oorlog; zijn vrouw krijgt in deze periode hun eerste kind. Haas blijft nog decennialang op het adres ingeschreven als praktiserend huisarts en vertrekt er in 1975. Hij overlijdt in 1990, tweeëntachtig jaar oud.[40]
Evert Buiter krijgt zes jaar gevangenisstraf vanwege zijn gedrag in de oorlog en komt na drieënhalf jaar vrij; zijn panden — hij heeft er meer gekocht die aan joden toebehoorden — worden hem in het kader van rechtsherstel ontnomen. Notaris Gerrit Vaags overlijdt in juni 1945, achtenveertig jaar oud, bij ‘een noodlottig ongeval’. Pas in 2016 verschijnt een uitgebreide studie over de rol van het notariaat bij de onteigening van joods onroerend goed; historicus Raymund Schütz concludeert dat ruim de helft van de notarissen hier welbewust aan heeft meegewerkt.[41]
Op het Utrechtse namenmonument staan de namen van Maurits, Annie, Floor en Greetje Perel, en die van hun oma Vrouwtje Perel-Blez.[42] Op 2 december 2022 worden voor het huis aan de Oudegracht 339 vijf struikelstenen gelegd voor de familie Perel. [43]