David Izaak en Sophia Jansje van der Wijk
David Izaak van der Wijk wordt op 17 september 1930 in Alphen aan den Rijn geboren. Zijn zusje Sophia Jansje komt op 11 februari 1932 in dezelfde plaats ter wereld. Ze zijn de kinderen van Jozeph van der Wijk en Betje de Leeuw.[1]
Een godsdienstleraar en een dochter uit Utrecht
Vader Jozeph is geboren op 13 juni 1887 in De Slood bij Hoogeveen, als zoon van David van der Wijk, vleeshouwer, en Jansje Rozeband.[2] Hij is godsdienstleraar van beroep. Moeder Betje is geboren op 20 juli 1892 in Utrecht, als dochter van Izaak David de Leeuw en Sophia Hamburger.[3]
Rond hun verloving in 1925 woont Jozeph op het Dampad 33 in Zaandam. In het Nieuw Israëlietisch Weekblad van 31 juli 1925 staat de aankondiging. In september van dat jaar wordt hij benoemd in Hoorn; in mei 1926 komt daar een aanstelling als godsdienstleraar in de rijkswerkinrichting bij.[4]
Op 21 juni 1928 trouwen Jozeph en Betje in Alphen aan den Rijn.[5] Het is de geboorteplaats van Betjes vader. Daar worden David en Sophia geboren.
Naar Utrecht
De Nederlands-Israëlitische Gemeente Utrecht stelt Jozeph aan als tijdelijke kracht in het abattoir. Hij vult de rituele slacht in zolang de nieuwe chazan, Jo Wijnberg, daarvoor nog niet gekeurd is.[6] Daarnaast doet hij dienst als sjoumer: namens de opperrabbijn controleert hij of het vlees kosjer is. Nathan Swaab doet hetzelfde voor de melk.[7]
Het gezin komt te wonen aan de Sternstraat 8: vier kamers en een keuken.[8] Betjes vader trekt bij hen in. Izaak David de Leeuw is dan in de tachtig; hij is geboren op 20 juni 1858 in Alphen aan den Rijn en weduwnaar sinds 1909.[9]
De school aan de Hamburgerstraat
David en Sophia gaan naar de openbare lagere school aan de Hamburgerstraat 22, op de hoek van de Korte Nieuwstraat.[10] Die school ligt in de binnenstad, vlak bij de synagoge aan de Springweg en vlak bij de Zeven Steegjes. Vanaf de Sternstraat is het een wandeling dwars door de stad.
1941
Op 27 februari 1941, een dag na de Februaristaking, doet het aan de NSB gelieerde Agrarisch Front een inval in het Utrechtse slachthuis om er joden te verwijderen. Met hulp van de Ordnungspolizei worden de joodse werknemers ontslagen.[11] Op 4 april 1941 worden joden in het hele land als eersten uit de abattoirs verwijderd.[12]
Jozeph van der Wijk en Nathan Swaab worden in 1941 ontslagen, wegens de bijzondere omstandigheden. Zij ontvangen nog een klein wachtgeld van de kille.[7]
Maccabi
In de zomer van 1941 is de joodse sportvereniging Maccabi nog optimistisch. Er zijn 65 leden, er is veel animo voor gymnastiek en atletiek, het bestuur onderhandelt over een gymlokaal voor de winter en er wordt begonnen met juniorenafdelingen. De leden rennen over het veld, werpen speer en discus, doen aan hoog- en verspringen. Er is een handbalafdeling. Aanmelden kan bij Kurt Joosten aan de Justus van Effenstraat 5 bis, twintig jaar oud, vertegenwoordiger van beroep. In het bestuur zit ook Jozeph van der Wijk.[13]
19 augustus 1941
Het departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming vraagt de scholen om de namen van hun joodse leerlingen op te geven.[14] Op de Utrechtse opgave staan David en Sophia onder elkaar, met achter beiden de school aan de Hamburgerstraat 22. Achter David staat als huisadres K. Rozendaal 8 — de Korte Rozendaal, in de Zeven Steegjes, om de hoek bij de school. Achter Sophia staat Sternstraat 8.[15]
De opgave van joodse leerlingen op Utrechtse scholen, augustus 1941: v.d. Wijk, David I., O.L.O., 17-9-30, Hamburgerstr. 22 en v.d. Wijk, Sophia J., O.L.O., 11-2-32, id.
Vanaf 1 september 1941 mogen zij niet meer naar hun eigen school. De joodse school in Utrecht opent pas half oktober, aan Ondiep 63. David is tien, Sophia negen.
28 januari 1942
Op de leerlingenlijst van de joodse school van 28 januari 1942 staan ze allebei, onder aan de laatste bladzijde van het gewoon lager onderwijs.[16]
Op 16 augustus 1942 worden de kaarten van het gezin bij de Joodse Raad afgestempeld. Op die van David staat: V.D.WIJK, David I. Utrecht, Sternstr. 8. 17.9.30 Alphen a.d.R. ned. zonder. ongehuwd. Rechtsonder is hij aan zijn vader gekoppeld: met: v.d.Wijk, Jozeph 13.6.87. Op de kaart van Sophia staat hetzelfde.[17]
Joodse Raad-kaart van David, met het oproepnummer Ut/52/16 en, met de hand, trp 21-8-42.
Op de achterkant van de kaart van vader Jozeph is één adres genoteerd: I. D. de Leeuw, p/a Diaconessenhuis Utrecht.[18] De grootvader van David en Sophia ligt in het ziekenhuis.
23 augustus 1942
Op 23 augustus 1942 zijn Betje, David en Sophia bij aankomst in Auschwitz vermoord. Betje is vijftig jaar. David is elf. Sophia is tien.[19]
Jozeph van der Wijk overleeft de selectie. Hij sterft op 30 september 1942 in Auschwitz, vijfenvijftig jaar oud.[20]
De woning
De gemeente Utrecht houdt een Staat van ontruimde woningen van Joden bij. Onder nummer 321 staat: van der Wijk Jozeph, Sternstraat 8, 4 ka. 1 ke. De meubels zijn ondergebracht bij de Duitsche Weermacht. Het huis behoort aan M.F. Bos, Donkerelaan 28 in Zeist. In de kolom Is de woning weer betrokken? staat: ja.[21]
Van de vijf mensen die op Sternstraat 8 wonen, komt niemand terug.




